03-04-2011
Er stond iemand voor me in de rij.
Het leek wel alsof zijn hoofd ging ontploffen, zo rood.
Hij graaide met zijn worstvingertjes de pakjes vleeswaren uit zijn karretje.
Verschillende tinten roze in een glimmend plastic jasje.
Zijn kruin glom ook.
Een bijna haarloze cirkel van 10 cm doorsnede.
Ik zette mijn aankopen op de band. Een halve kilo tomaten, 1 courgette, bakje champignons, 2 halfjes volkorenbrood, een pak yoghurt. Ik ben overtuigd van het belang van gezond eten. Kijk in de supermarkt hoe mensen er uit zien en wat ze kopen, en je weet genoeg.
Ik ben haast vergeten hoe vlees vroeger smaakte.
De lucht van een slagerij maakt me misselijk.
Gelukkig verkoopt de buurtsuper het alleen verpakt.
De uitlaat van een vrachtwagen ruikt lekkerder dan het stalletje op de markt waar je een gebraden kip kan kopen ( €4,50 ).
Ik liep er zaterdag langs en rekende snel uit hoeveel ik waard zou zijn, aan het spit.
Nog geen 100 euro, waarschijnlijk. De kopers zouden klagen dat het meer bot was dan vlees, en nog taai ook.
Ik ben te licht voor mijn lengte. Bijna 15 kg. Ik zou niet weten wat ik met die extra kilo’s moet. Alles doet het. Ik fiets iedereen voorbij, vooral op een helling naar boven. Ik heb nooit de behoefte gevoeld aan een bromfiets. Een auto is een soort trein voor jezelf, maar wat is nou een bromfiets ? Een vibrator op wielen. Ik heb rusteloze benen. Het lijkt me geen pretje om 3 kwartier stil te moeten zitten op een fiets die vanzelf rijdt.
Ik vraag me weleens af hoe andere mensen zich voelen. Vooral of ze zijn wie ze willen zijn, of dat ze het heel anders zouden aanpakken, als ze zichzelf opnieuw mochten uitvinden. Ik ben niet volmaakt, maar ik denk dat ik niets zou veranderen. Ik ben gehecht aan wie ik ben. Als alles ideaal was, was ik een etalagepop. Jij ziet er beter uit, maar ik kan lopen, denk ik weleens, als ik langs zo’n ruit loop. Zo’n trui met een jasje zou ik ook nooit aantrekken.
04-04-2011
Zojuist heb ik de eerste hap uit mijn spaargeld genomen.
Het geld op mijn lopende rekening raakt zo langzamerhand op. April zou ik nog wel door komen, maar mei wordt lastig. Al mijn zorgen over leeggeroofde rekeningen bleken onterecht. Het geld was er nog. Helaas was er ook geen cent bij gekomen, sinds ik 2 jaar geleden mijn aandelen verkocht. Ik schat de aandelenmarkt altijd te somber in. Ik denk dat ik realistisch ben, en andere beleggers dromers, maar ik had er van kunnen profiteren. Ik dacht dat het me somber zou maken om mijn spaargeld te moeten aanspreken, maar dat is niet zo. Het voelt als een bevrijding om geen verplichtingen te hebben. Ik hoef niet te solliciteren, niemand is mijn baas, mijn huis is van mij.
Of ik een auto wil bezitten maak ik zelf wel uit. Ik hou mijn busje en doe de andere 2 weg.
Niemand bepaalt hoe mijn haar moet zitten of hoe laat ik moet opstaan.
Ik heb me voorgenomen nooit meer werk te gaan doen dat ik niet leuk vind.
Sparen heeft geen betekenis meer als je leeft van je spaargeld.
Je moet anders denken.
Niet uitgeven is voor mij nu wat sparen vroeger was.
Een reep chocolade niet kopen betekent een uur langer leven zonder te werken.
Ik heb geen pensioen, zoals normale mensen wel hebben. Ik denk dat normale mensen proberen te stoppen met roken, zodat ze langer leven en dan zo lang mogelijk van hun vrijheid kunnen genieten. Maar de tijd gaat sneller als je ouder wordt. Ik denk dat een wereldreis maken op je 70-e ook lang niet zo leuk is als het op je 30-e lijkt. Daarom heb ik al lang geleden besloten dat vandaag belangrijker is dan overmorgen, en dus spaar ik niet voor mijn pensioen. Hoeveel reclame Aegon en Nationale Nederlanden er ook voor maken.
05-04-2011
Het busje is naar de garage voor de APK-keuring. Ik heb er het afgelopen jaar nauwelijks in gereden, en ik hoopte daarom op weinig kosten, maar helaas roest een auto ook als hij stil staat. Van stilstaan of korte stukjes rijden slijt een auto harder dan van lange reizen. Ik heb ze meteen gevraagd mijn 2 oude auto’s te komen ophalen. Als ik nog in Zeeland woonde, zou ik dat nooit gedaan hebben. Mijn auto stond daar op mijn eigen stukje grond, en zolang hij daar niet af kwam, kraaide daar geen haan naar. Ik kon er naar hartelust zelf aan sleutelen. Maar in Amsterdam is alles anders. Iedereen zit op elkaars lip en klaagt. De gemeente spant zich in om kanslozen een baan te geven : ze krijgen een uniform en een notitieblok, en houden de buurt nauwlettend in de gaten. Wat te lang op dezelfde plek staat is verdacht. Ik leid een flink verlies door die auto’s, maar ik kan me niet veroorloven ze te laten repareren of nog langer de wegenbelasting en de boetes te betalen. Morgen gaan ze weg.
Ik besteed mijn tijd achter de computer. Vandaag probeer ik een versiebeheersysteem onder de knie te krijgen. Niet omdat dat moet voor mijn baas, maar omdat ik het leuk vind en het nu nodig heb. Als ik werkte zou dat een cursus van een dag zijn. Het is een paradox. De mensen met de meeste kennis en ervaring zitten werkloos thuis. Van de 4 dagen cursus per jaar die je baas je gunt, wordt je echt niet slimmer en na een lange werkdag en 2 uur in de file heb je ook geen zin meer om nog te gaan studeren.
Leave a Reply