crowVandaag fietste ik onderweg naar het ziekenhuis door een smal straatje met veel obstakels.
Er is al maanden een verbouwing aan de gang op de meer gebruikelijke route. De auto’s kunnen wel over de trambaan, maar de fietsers mogen dat eigenlijk niet. Zoals een echte Amsterdammer betaamt, doen ze het toch, maar dan moet je er wel op vertrouwen dat auto’s en stadsbussen je niet raken op de versmalde rijbaan. Ik ga de laatste tijd liever voor wat meer zekerheid, dus ik gehoorzaam de gele bordjes.
Halverwege de straat voelde ik opeens iets op mijn hoofd vallen. Alsof er iets uit een boom viel, gevolgd door een stuk doek.
Een seconde later zag ik een kraai vlak voor me vliegen.
Hij keek niet om, hij maakte ook geen geluid.
Waarom deed hij dat ?
Ik heb zoiets nog nooit meegemaakt, maar je leest er soms wel over.
Misschien zag hij me aan voor een soortgenoot. Ik had iets zwarts aan. Of hij wilde me gewoon wegjagen.
Kraaien zijn mijn favoriete dieren, meer nog dan katten of honden. Katten en honden zijn huisdieren, ze zijn afhankelijk van hun “bazen”. Kraaien zien ons juist als een diersoort waar ze van kunnen profiteren, zoals wij profiteren van schapen. Daarom bestuderen ze ons, en als ze er belang bij hebben willen ze ook wel met ons communiceren.