Thuiskomen

Vorige week overleed een oom. Gisteren was de begrafenis.
De dagen ervoor had ik al regelmatig mijn beide tantes gesproken aan de telefoon.
Ik zag er tegenop. De emoties van mijn tante, waar ik misschien niet mee om kon gaan, de reis en de kou.
Gevoelstemperatuur -15. Pak je goed in, las ik.
“Ik ga er met de trein heen en pak dan de regiotaxi” dacht ik. Aangemoedigd door een wervende tekst van de NS heb ik me ooit aangemeld. Nooit eerder gebruikt, dit zou de eerste keer worden.
Duh. Ze zitten niet in elke plaats. Zelfs niet in Amsterdam, waar ik woon.
Aan 9292.nl heb je ook niks. Ik kan met het blote oog zien dat er een bushalte dichterbij is. Kennelijk zoekt 9292 naar de kortste hemelsbrede afstand, maar er zit een spoorlijn in de weg.
Aan 9292.nl heb je alweer niks : ik ga natuurlijk niet 10 minuten lopen, als ik voor het station in de bus kan stappen om rijdend op dezelfde plek te komen. Die tijd heb ik gehad.

10 minuten lopen. Dat betekent 50 minuten voor mij.
Als ik mik op een uur te vroeg, dan moet ik het kunnen halen.
Het begint goed in Amsterdam. De bus komt er aan als ik de straat oversteek en op het station blijk ik de trein van een half uur eerder ook nog te kunnen halen.
Dankzij een behulpzame NS-mevrouw kan ik de roltrap gebruiken in plaats van een omweg te maken voor de lift.
Ik zit. Zo komen we vanzelf in Dordrecht. Het is niet druk in die trein, dus ik kan zorgen dat ik al voor die deur sta als de trein stopt.
Yep ! Ik sta op het perron. 25 minuten later zit ik in de bus. De buschauffeur snapt wat ik bedoel. “Het is wel een eind lopen hoor !”. Hij stapt uit om me te helpen. Het kan eigenlijk niet fout gaan : het crematorium is aan het eind van een lange straat.
Ik kijk af en toe achterom om te zien of ik al halverwege ben. Daar loopt nog iemand met een rollator. Veel sneller dan ik. Hij kijkt verbaasd om. Een oude vrouw met een betraand gezicht komt me tegemoet. Daarna wordt het weer stil in de straat.

Ik ben er bijna als ik mensen naar buiten zie komen met grote bloemstukken in hun handen. Deuren gaan open en dicht, er wordt gezwaaid en er worden auto’s gestart. Zo’n centrum is een lopende band. Familie A, familie B.
Kennelijk is iedereen al binnen, want ik zie alleen mensen vertrekken.
Opeens zie ik een kleine vrouw die zich naar de ingang haast. Ik herken haar onmiddelijk en zwaai.
Ze komt naar me toe. Ze is niets veranderd sinds de vorige begrafenis.

Ze loopt vooruit om te zien waar we naar binnen moeten. Even later komt ze terug met versterking.
“je kan hier een rolstoel lenen, is dat een idee ?”
“Je voeten kunnen hier op”
“Je moet je kont zo ver mogelijk naar achteren duwen.”
Ze draait nooit om dingen heen.

We zien elkaar nooit, maar we kennen elkaar al bijna een heel leven. We zijn 3 maanden na elkaar geboren. Haar moeder ving me op, toen mijn ouders gingen scheiden.
Haar stem klinkt zo vertrouwd.

Read Offline:
This entry was posted in MyBlog. Bookmark the permalink.

3 Responses to Thuiskomen

  1. Jezzebel says:

    Het was een hele onderneming, in die smerige kou.
    Wat mooi dat je een vertrouwde stem hebt gevonden.

  2. knutselsmurf says:

    Yep. De enige normale, in mijn ogen.
    Wie niet op haar leek was in mijn ogen dom/lelijk/van een andere planeet.

    Het voelde alsof je na een ramp ontdekt dat je niet de enige overlevende bent.

  3. burroholanda says:

    Gelukkig wel op tijd. Tijdens het lezen bekroop me het idee, dat je ondanks alles te laat aan zou komen.. Als je zelf nog voldoende mobiel bent is het zo enorm lastig je te verplaatsen in mensen, die minder mazzel hebben.

Leave a Reply

Your email address will not be published.