Burgerlijke ongehoorzaamheid

Een jaar of 10 geleden werkte ik in Groningen.
Ik woonde in Amsterdam, en ik mocht van het detacheringsbedrijf waar ik werkte wel overnachten in een hotel, maar ik sliep liever naast mijn vriendin.
Bovendien had ik niets te zoeken in het uitgaansleven van Groningen met al zijn studenten, en de hele avond op een hotelkamer zitten trok me ook niet zo.
Dus ik reisde heel wat af met mijn leaseautootje :
180 Km heen en ‘s-avonds 180 km terug.
Saai.
Om de reis wat op te leuken, probeerde ik af en toe hoe hard je kon met dat Alfaatje.
En vooral hoe hard je er mee door een bocht kon, want het gas tot de bodem intrappen, en dan maar wachten tot die meter niet verder oploopt is net zo saai.
Ik kreeg het driften al snel onder de knie, maar TopLease floot me terug : de volgende set banden brengen we in rekening bij uw werkgever.
Mijn werkgever voerde in die tijd een vrij repressief beleid op het gebied van autoschades, want het ene na het andere ooit mooie stuk blik moest door een takelwagen tussen de takken vandaan getrokken worden.
Mijn pirouetjes eindigden ook niet altijd perfect.
Het was elke dag een lange, saaie weg.
Je moest bij Emmeloord even je ogen open doen, om niet in Zwolle uit te komen in plaats van in Amsterdam, maar verder kon je ze gesloten houden.
Op een avond reed ik naar huis.
140
Dat was iets te hard.
Het was donker.
Ik zag een bordje : 70
In de verte zag ik wat verlaten rood-witte afzettingen.
De weg leek breed genoeg voor een vliegtuig, dus ik minderde geen vaart.
Flits ! zei de camera die achter het bord verstopt zat.
Oeps.
Dat zal wel een vette bekeuring worden : de 20-e dit jaar.
Ik betaalde ze altijd braaf.
Maar deze overtreding was zooo erg, dat de officier van justitie mij even persoonlijk wilde spreken, zo bedacht hij een half jaar later.
Hij wist alleen niet wie ik was, want ik heb geen nummerplaat op mijn rug.
Via de leasemaatschappij had men snel mijn werkgever gevonden.
Die wilde in eerste instantie niet meewerken, maar zwichtte voor het dreigement dat hij dan persoonlijk zijn rijbewijs kwijt zou raken.
Ik kreeg een autoriteit aan de telefoon.
Ha, een autoriteit, dacht ik.
Hij vroeg of ik op de avond van … om … met een snelheid van … blablabla.
Ik heb niet alleen geen nummerplaat om mijn rug, maar ook geen zwarte doos met een geheugen van een half jaar, dus geheel overeenkomstig de waarheid antwoorde ik :
Dat weet ik niet.
Dus u werkt niet mee ? vroeg hij, duidelijk geirriteerd.
Nee.
Daarna kreeg ik heel vaak post van de politie, steeds andere afdelingen.
Wilt u contact opnemen met buro Waddenweg, tel. ****** ?
Nee, antwoorde ik in gedachten, maar ik kon het tegen niemand zeggen, want daarvoor moest ik eerst contact opnemen.
Soms werd er aan de deur gebeld.
Ik woonde 5 verdiepingen hoog.
Soms keek ik zelfs even uit het raam.
Nooit meer wat van gehoord.

De andere keer winnen zij.
Ik had in Zeeland een aanhangwagentje.
Voor 150 euro gekocht van een boer.
Ik had hem opnieuw gelast, geschilderd, verlichting in orde gemaakt, nummerplaat.
Een van de banden raakte lek, dus er kwam een nieuwe “extra laadvermogen”.
En een disselslot, hij was anders wel erg makkelijk mee te nemen.
Al dat werk maakte het karretje 2 x zo duur.
Toen ik van Zeeland naar Amsterdam verhuisde, kwam hij goed van pas.
Wat had ik veel te verslepen, en wat kon er een hoop in, in vergelijking met een personenauto.
Ook in Amsterdam bewees hij goede diensten; je moest zelf maar zien hoe je van je verbouwingsafval afkwam; in de berging van mijn flat kon ik het niet kwijt.
Binnen een paar weken zat er een brief van de gemeente op; aanhanger 3 dagen op dezelfde plek is verboden in Amsterdam.
Ik verplaatste hem wat, uit het zicht van de gemeentelijke controleurs.
Hij stond helemaal achteraan op het parkeerterrein, onder de bomen.
Op een kwade dag hadden ze hem ook daar ontdekt.
Weer zo’n brief.
Vrijdag ga ik naar Zeeland, dacht ik, ik zet hem daar wel.
Waar verstop ik hem zo lang ?
Op een verlaten plek, buiten de ringweg, daar vinden ze hem nooit.
2 Dagen later wilde ik hem ophalen, maar hij was weg.
Ik kreeg nog wel een paar aangetekende brieven, maar ik heb ze niet opgehaald bij het postkantoor.
Geen zin om te buigen.

Af en toe, als ik zie hoe lelijk de straat is, krijg ik zin om een illegale kamperfoelieplant bij een lantaarnpaal te planten.
Gewoon om ze te pesten.
Om te laten zien dat ze niet de hele stad onder controle kunnen houden met hun aluminium afwalwagentjes en hun leger van laagbetaalde plantsoenarbeiders en controleurs.
Die kunnen namelijk niet weten of het een “echte” is, of een “illegale”.
Soms denk ik ook aan stickers om terug te praten tegen het belerende “hier geen afval plaatsen” toontje.
Een sticker met

Zeur niet en haal gewoon de vuilnis op. Je wordt er voor betaald



Read Offline:

9 thoughts on “Burgerlijke ongehoorzaamheid”

  1. Avatar van Twiet
    Ik krjig altijd van die mooie fel oranje lichtgevende stickers met de tekst ‘ DIT OBJECT HOORT HIER NIET ! ‘ op fietsen en tijdelijk gestalde voorwerpen in de gemeenschappelijke ruimtes .
    Ik verplaats niets. Alleen de stickers. Die vind je op de brievenbus. In de lift. Aan de buitendeur. Op de kastdeur van de huismeester die zo ijverig kan stickerplakken.

  2. on_yer_bike

    Avatar van on_yer_bike
    Ja, maak maar zulke stickers. Ik vind ook dat ze niet moeilijk moeten doen over vuilnis.

  3. Avatar van Sylvia
    Guerillagardening, leuk.
    Iemand die ik ken gooide een stekje van een waterlelie in een saaie gemeentevijver.
    Binnen een paar maanden groeide er een prachtige plant.
    De gemeente heeft er een stokje voor gestoken.
    Ze stuurden een paar mannetjes die vakkundig die prachtige lelie om zeep hebben gebracht.
    Zou slecht zijn voor het leven in de vijver werd erbij gezegd.
    Volgend jaar groeien er op dezelfde plaats twee lelies, dat is een belofte.
    Zaadjes uit het raam van een trein of rijdende auto gooien is ook leuk.
    Misschien vinden de zaadjes van de pispotjes op je balkon hun weg wel naar die saaie lantaarnpalen.

  4. Avatar van rififi
    Mooi verhaal! Maarreh, mijn advies; ga gewoon weer lekker in Groningen wonen, liefst in de provincie. Niks aan ‘t handje. Hier hebben wij als woonarkbewoners de gemeentegrond van de dijk geconfisceerd waar we tegenaan liggen en volgeplant met appelbomen, kamperfoelie, oost-indische kers, bamboe en weet ik wat voor prachtige dingen meer. En als we willen dat er gesnoeid of gekapt wordt, nou dan bellen we gewoon de gemeente. En die komen dan. Zonder mopperen. Kopje koffie, praatje. Echt, het Noorden is zo slecht nog niet…

  5. knutselsmurf

    Avatar van knutselsmurf
    In Zeeland zag je op elk mooi plekje een BMW X5 met een Duits kenteken.
    ‘s-Zomers tenminste, in de winter was het uitgestorven.
    Toeristen zijn erg belangrijk voor Zeeland, schijnt het.
    Niet te betalen ook daar; woekerprijzen als in de Randstad.

  6. knutselsmurf

    Avatar van knutselsmurf
    Ik heb nu een grote bestelbus.
    Niet echt een sierraad in het straatbeeld, maar ik betaal er voor, dus dan mag het.

Leave a Comment

Your email address will not be published.